Hoe verloopt een CodeSkillz les?

Uitleg over de onderliggende didactische frameworks.

Door Lars op 11 March 2020

Hoe combineer je nu een klassikale les en de mogelijkheden van online leerplatformen? Wij hebben lang nagedacht over (onder andere) deze vraag. Graag vertellen we je ons antwoord.

CodeSkillz is een géén werkboek waarin leerling vragen beantwoorden, maar de leerlingen werken online in een interactieve omgeving. Dat betekent niet dat de docent geen rol meer heeft in het leerproces of dat leerlingen maar een beetje achter de computer “zitten te spelen”. CodeSkillz maakt juist gebruikt van de voordelen van klassikale lessen in combinatie met een onlineomgeving om het leerproces optimaal te laten verlopen.

CodeSkillz is een lesmethode. Het biedt stof van de onderwerpen die worden behandeld (zoals privacy & social media), vragen en opdrachten, docent-ondersteunend materiaal, maar ook juist een heel lesplan waarmee een opbouw van kennis wordt verzorgd.

Lessen starten altijd klassikaal met een korte presentatie door de docent. Hierin kan de docent even terugkijken op de vorige les en op een interactieve manier het volgende onderwerp aan de klas uitleggen. Hierna gaan de leerlingen aan de slag in de onlineomgeving. Eerst beantwoorden ze zelfstandig vragen over wat ze net gehoord hebben van de docent. Ze passen dit zelf eens toe. Als ze al een beetje wegwijs zijn met het nieuwe onderwerp gaan ze met deze kennis aan de slag door bijvoorbeeld iets te maken. Vaak gebeurt dit ook in groepen.

Didactische frameworks

Er zit dus een opbouwende structuur in de lessen. Deze opbouw hebben volgt onze didactische frameworks. Geïnspireerd op de theorie van Bloom en RTTI hebben we zelf RUEC ontwikkeld. RUEC staat voor “Reproduce Use Explore Create”, en verzorgt een overgang van nieuwe stof leren, kennen en gebruiken tot het zelf zoeken naar meer informatie, toepassen in de praktijk en het zelf kunnen creëren.

Niets is overweldiger dan een wit papier. Dit is vooral heel herkenbaar voor iedereen die begonnen is met het leren van een programmeertaal. Er komen allemaal vragen naar boven over waar je moet beginnen, waar ook alweer de haakjes moeten en meer. Daarom is ook juist bij programmeren van belang om stapsgewijs code te kunnen herkennen, gebruiken, mee te spelen en uiteindelijk zelf schrijven. Daarom gebruiken wij bij de Computational Thinking programmeerlessen het framework PRIMM (predict, run, investigate, modify, make), een framework ontwikkeld in de UK. Maar daar in een later blog artikel meer over!

RUEC

Het volgen van dit didactische framework start al tijdens de presentatie van de docent. De docent schotelt geen droge stof voor, maar betrekt de klas door vragen of kleine opdrachten te doen. Zo moeten leerlingen zelf al actief bezig zijn met de stof. Bijvoorbeeld: na een korte uitleg over wat hardware nu is, moet de klas voorbeelden proberen te noemen.

In de onlineomgeving vinden leerlingen per les gemiddeld zo’n vier opdrachten. Elke opdracht, of wel “levels” genoemd, is gestructureerd volgens een type opdracht (Beantwoorden, Gebruiken, Uitzoeken, Presenteren, Doorlopende missie).  Elk type hoort bij één van de RUEC-fases. Zo is voor “Reproduce” het level type “beantwoorden” ontwikkelt, een soort quiz die formatief leren toepast door op elk mogelijk antwoord gepaste terugkoppeling te geven aan de student. Hierdoor komt elke leerling uiteindelijk bij het goede antwoord en verzekeren we dat de leerling een basis heeft in het nieuwe onderwerp.

In een gebruik level (Use-fase) gaan leerlingen met de stof aan de slag. Bijvoorbeeld in de les over privacy & social media, openen leerlingen een van hun social media accounts. Daar zoeken ze hoe de verschillende aspecten van de AVG in de praktijk werken, zoals het downloaden van je data.

Vervolgens een klein sprongetje naar het laatste level type: “de doorlopende missie” (Create). Elke leerlijn, zoals mediawijsheid, heeft 6 lessen met elk een eigen onderwerp. Elke les werken leerlingen in teams aan één grote opdracht, de doorlopende missie. Hierin komt elke lessen weer extra taken bij en moeten ze de nieuwe stof toepassen. Zo moeten ze zelf eens een nepnieuws artikel schrijven voor de blog bij mediawijsheid, of een app lay-out maken voor de app in de missie van digitale basisvaardigheden. Leerlingen passen zo gelijk de kennis toe.


Zoals je misschien merkt zit er een hoop theorie achter de inrichting van onze lessen, en daarom noemen wij het met trots een lesmethode en niet alleen lesmateriaal. Jij als docent hoeft je dus gelukkig minder zorgen te maken over het samenstellen van lessen en voor een juiste opbouw. Natuurlijk heb je wel alle vrijheid om iets aan te passen of toe te voegen! Ben je benieuwd geraakt? Neem een kijkje in onze demo! Hierin vind je drie voorbeelden van lesbrieven waarin alles staat wat je nodig hebt om een les voor te bereiden.